
De Vereniging heeft sinds vandaag een podcast-pagina. Hierop verschijnen allerlei geluidsopnamen van onze activiteiten. Deze kunt uw downloaden en op uw mp3speler of I-pod downloaden, om te luisteren in trein, auto of waar u maar wilt. U kunt zich via een RSS-feed abonneren, zodat u telkens
Podcast
januari 13, 2010Koepelgroep vrijescholen opgericht
juni 22, 2009
Onlangs werd de Koepelgroep vrijescholen opgericht. Onderstaande brief geeft uitleg:
Aan alle vrijescholen in Nederland, aan besturen, schoolleiders, leraren en ouders.
Met deze brief berichten wij u dat de ondertekenaars de verantwoordelijkheid hebben genomen voor het inrichten van een overlegorgaan om samenwerking in en tussen organisaties binnen de vrijeschoolbeweging zichtbaar te maken en te verbeteren. Hieronder volgt waartoe de leden zich verplichten.
De Koepelgroep bestaat uit vertegenwoordigers van de volgende organisaties: Hogeschool Helicon, Begeleidingsdienst voor vrijescholen, Stichting voor Rudolf Steiner Pedagogie, Vereniging voor Vrije Opvoedkunst, Centrale Administratie voor Scholen, de Pedagogische Sectie van de Antroposofische Vereniging in Nederland en de Vereniging van vrijescholen.
Dit zijn zelfstandige organisaties met een verantwoordelijkheid voor een specifiek gebied.
De Koepelgroep is de plaats voor overleg over de consequenties van die verantwoordelijkheden. De organisaties hebben elkaar gevonden in de inzet om lijn te brengen in het samen optrekken ten dienste van de vrijescholen.
Concreet geven we dat nu vorm door ondersteuning te bieden aan de volgende projecten:
- het identiteitstraject
- het kenniscentrum
- de Taskforce Zwakke Scholen
- het rekenverbetertraject
- de MichaëlConferentie
In de Vereniging van vrijescholen hebben de scholen zich in een rechtspersoon verenigd. De Vereniging draagt dus de formele verantwoordelijkheid voor de genoemde projecten. Zij zal daarom in goede afstemming met de andere partners de regie op de projecten voeren en is als eerstverantwoordelijke aanspreekbaar op de resultaten en het verloop ervan.
De lijst van projecten zullen we regelmatig actualiseren. De projecten hebben met elkaar gemeen dat ze gericht zijn op het verbeteren van onderwijs, op de samenwerking van organisaties en op het verduidelijken van de eigen identiteit. De Koepelgroep draagt geen eindverantwoordelijkheid, maar draagt bij aan de kwaliteitsontwikkeling van deze projecten.
De Koepelgroep wil borg staan voor het behoud en de ontwikkeling van kwaliteit in de vrijescholen in Nederland: kwaliteit van onderwijs vanuit de antroposofie; kwaliteit van organisatie en een goede afstemming op maatschappelijke relevantie en overheidseisen. We streven daarbij naar goed afgestemde dienstverlening en maken gebruik van elkaars kwaliteiten. Daartoe zullen met name Hogeschool Helicon, de Begeleidingsdienst voor vrijescholen en de Vereniging van vrijescholen intensiever samenwerken. De Koepelgroep overlegt tweemaandelijks of zoveel vaker als door de leden van de Koepelgroep wenselijk wordt geacht. Hierbij staan evaluatie en voortgang van de projecten op de agenda.
Met bovenstaande informatie menen wij u inzicht te hebben gegeven in de aanzet om onze organisaties met elkaar te verbinden en vrijblijvendheid te vermijden.
Zo wordt het mogelijk krachtig inzichtelijk te maken waar we voor staan vanuit de impuls van vrijeschoolonderwijs.
- Jan Alfrink, voorzitter Vereniging voor Vrije Opvoedkunst
- Hans Boekhout, directeur Stichting Begeleidingsdienst voor vrijescholen
- Marcel de Leuw, coördinator Pedagogische Sectie in Nederland
- Kitty Steinbuch, voorzitter Stichting voor Rudolf Steiner Pedagogie
- Leo Stronks, voorzitter Vereniging van vrijescholen
- Rob Varkevisser, directeur Stichting Centrale Administratie voor Vrije Scholen
- Chris Wissenburg, voorzitter College van Bestuur Hogeschool Helicon
Jaarbericht 2008 gepresenteerd
juni 18, 2009
Op de Algemene Ledenvergadering van 10 juni jongstleden is het Jaarbericht 2008 gepresenteerd. Klik hier om het te downloaden.
De MichaëlConferentie 2009 op 5 oktober 2009
mei 20, 2009De MichaëlConferentie 2009 wordt gehouden op 5 oktober te Nijmegen. Houdt u deze datum alstublieft vrij. Nadere informatie over de conferentie volgt.
Promotie Hilde Steenbergen: ‘Vrije en reguliere scholen vergeleken’
april 8, 2009Verdediging proefschrift 12 maart 2009
“Vrije en reguliere scholen vergeleken”,
door: Hilde Steenbergen
Donderdagmiddag 12 maart in de aula van het Academiegebouw van de universiteit in Groningen vond de promotie plaats van Hilde Steenbergen. Zij moest haar proefschrift verdedigen.
Haar onderzoek ging over de effectiviteit van vrijescholen en reguliere scholen voor voortgezet onderwijs. In de zaal bevonden zich dan ook onder het publiek een aantal leraren en schoolleiders uit de vrijescholen, enkele ex-ouders en ook twee leerlingen van de Stichtse Vrije School. Deze “vrijeschool mensen” waren best benieuwd hoe de universitaire wereld om zou gaan met de bevindingen uit het proefschrift.
Over het algemeen konden we constateren dat in de vraagstellingen en de antwoorden van de promovenda de vrijeschool niet negatief naar voren kwam, je kunt zelfs wel zeggen (gematigd) positief. Mogelijk omdat de meeste vragen de niet-cognitieve uitkomsten betroffen, maar de specifieke kwaliteiten van het vrijeschoolonderwijs die uit het onderzoek naar voren kwamen werden nadrukkelijk gewaardeerd. De volgende vragen werden gesteld. De antwoorden zijn niet letterlijk maar samenvattend.
Vraag 1
De eerste vraag was voor het publiek. Er was één vraag, die van de Vereniging van vrijescholen:
In uw proefschrift constateert u verschillen in effectiviteit tussen de vrijescholen en de reguliere scholen. U staat niet of nauwelijks stil bij de oorzaken hiervan. De vraag is: Kunt u vanuit uw onderzoek aangeven in welke richting nader onderzoek zou kunnen gaan en welk instrumentarium daarbij gebruikt kan worden dat geschikt is om ons onderwijs proces te meten? Het onderzoek zou andere uitkomsten kunnen opleveren als de leerling langer gevolgd zou worden. Nog beter tot in de vervolgstudies. Over andere onderzoeksinstrumenten zei zij dat die er zijn, dat die klaar liggen, maar dat zij ze voor haar onderzoek niet gebruikt had.
De vragen die de hoogleraren stelden lieten ze bijna allemaal voorafgaan door een compliment aan het adres van de vrijescholen, voor hun medewerking aan het onderzoek en hun belangstelling ook bij deze plechtigheid. Verder werden ook de media en hun gretige sensationele belangstelling voor dit onderwerp ietwat ironisch genoemd.
Hieronder volgt een samenvatting van de vragen van de hoogleraren en de antwoorden van de promovenda, Hilde Steenbergen:
Vraag 2
Over, de uitkomsten rekentoets (onderwijs). De vraag betrof de verschillen tussen de vrijeschool en het reguliere onderwijs, zijn die er wel of niet na correcties op allerlei kenmerken?
Na verschillende correcties op kenmerken blijkt er geen significant verschil te bestaan tussen de twee schooltypen. De gemiddelde toegevoegde waarde in reken/wiskunde onderwijs bij de twee schooltypes verschilt niet significant. Het verschil in het 3e jaar is terug te voeren naar het verschil bij de instroom 1e jaar (7e klas).
Vraag 3
Over, de onderzoekspopulatie. De vraag ging over de mate van vergelijkbaarheid van de leerling populatie naar schoolsoort.
De vergelijking is getrokken tussen de vrijescholen en een groep van ‘reguliere scholen’ die voor 75% vmbo/havo/vwo-onderwijs aanboden, net als de vrijescholen en voor 25% alleen havo/vwo. Deze reguliere scholen zouden maximaal 10% allochtone leerlingen mogen hebben, waardoor alle openbare scholen weg vielen en ook vele andere.
Vraag 4
In dit kader viel ook de 4e vraag: “Wat is regulier in het onderzoek?”
- Niet vrijeschool
- niet openbaar
- wel zeer verschillend
Belangrijkste verschil (selectiecriterium) betreft de doelstellingen van het onderwijs. Bij vrijescholen is de leerstof een middel en geen doel op zich.
Vraag 5
Over, levensloopeffecten op de langere termijn. De vraag ging over de uitkomsten m.b.t. studie- en leervaardigheid. “De uitkomsten van het onderzoek geven aanleiding te veronderstellen dat vrijeschoolleerlingen het beter doen dan reguliere leerlingen in vervolgstudies (beroepsopleidingen, hbo en universiteit) en maatschappelijk leven.”
- Daar zou meer onderzoek voor nodig zijn; over meerdere jaren tot einde v.o. loopbaan en tot in de vervolgstudies.
- De uitkomsten wijzen wel in een richting die dat doet vermoeden: leermotivatie, leerstrategie.
Vraag 6
Over, de invloed van de sociale context. Wat doet de sociale context met de leerlingen? Genoemd werden nog de normvorming die plaatsvindt in de sociale context van een klas en opvallend, de verhoudingsgewijze lagere score van vrijeschool leerlingen op het kenmerk ‘sfeer in de klas’.
- veel leerlingen in de vrijescholen zitten al vanaf de basisschool bij elkaar in de klas.
- de overgang van basisschool naar v.o. is voor hen waarschijnlijk kleiner dan voor de reguliere leerlingen.
- De lagere score op ‘sfeer in de klas’ is zeker ook opvallend.
Vraag 7
Over, het ‘geleerde’ en het ‘leren leren’ en ‘blijven leren’ (Zie ook vraag 4).
Op vrijescholen is een duidelijke toename te zien in prestatiemotivatie en leerstrategieën, terwijl in de reguliere scholen een afname blijkt. Dit is geheel te verklaren door het schooltype. Met name het integratieve leren is hierbij van belang ( heeft betrekking op relateren en structureren van de leerstof, verbanden leggen en verder doordenken). Hier zou nader onderzoek naar gedaan moeten worden om de duurzaamheid er van te kennen en dus de betekenis van ‘blijven leren’. Op de vraag van de hoogleraar aan welke resultaten (het meer cognitieve resultaat of het enthousiasme voor leren etc.) de promovenda nu zelf de voorkeur gaf, antwoordde zij dat zij geen keuze kon maken omdat beide even belangrijk zijn. Het zou beide goed aan bod moeten komen in het onderwijs.
Hilde Steenbergen werd tot doctor benoemd in de gedrag en maatschappij wetenschappen. Na afloop was er een receptie in de Spiegelzaal. Bij een nagesprek complimenteerden Annemieke Zwart en ondergetekende Hilde Steenbergen met haar zorgvuldige beschrijving van het vrijeschool onderwijs en dat we licht verbaasd (en ook wel opgelucht) waren over de positieve teneur van de vragen van de professoren. Hilde Steenbergen vertelde dat dit wel anders geweest was. Er was sprake geweest van een kentering. Gedurende haar onderzoek moest ze steeds weer andere manieren van meten en aantonen vinden, want men kon haast niet geloven dat de uitkomsten voor vrijescholen positief konden zijn. Dit was één van de redenen waarom haar onderzoek lang had geduurd. “Maar”, zei ze, “uiteindelijk kon men er niet omheen.”
We hebben haar het boek “de geheime tuin” cadeau gegeven als symbool voor de vrijeschool beweging die opereert als in een geheime tuin, maar waarvan de muren langzamerhand lager worden en waar overheen gekeken kan worden.
Met dank aan Rudolf van Lierop,
Inge Haagsma
16 maart 2009
Klik hier voor het proefschrift van Hilde Steenbergen.
Klik hier voor de bespreking van het proefschrift door Gijs van Lennep, rector van De Stichtse Vrije School te Zeist.
Geplaatst door vrijescholen